Youth

Als kind groeide ik op in een relatief gewelddadige omgeving. Het geweld kwam daarbij met name van mijn vaders kant, welke ik als een uiterst gesloten man heb ervaren, welke niet over de intermenselijke vermogens beschikte zijn liefde naar andere mensen in medemenselijkheid, warmte en empathie te kunnen uiten. Wat hij wel uitte was precies het tegenovergestelde; overheersing, onderdrukking en geweld. Waar hij in principe ook weer niets aan kon doen, zelf op zijn zesde levensjaar naar Nederland hebben moeten vluchten, daar zijn vader openlijk tegen het regime van Hitler was, om die reden door de Gestapo werd opgepakt en naar een concentratiekamp afgevoerd, en moeder met kinderen naar Nederland moest vluchten om daar een veilige haven te zoeken.
De arme man heeft in die vlucht, als kind van zes, meerdere WO II bombardementen van zeer dichtbij moeten meemakende, daarbij vreselijke onmenselijke gruwelijkheden onder ogen komende, enorme angsten en diepe trauma’s opgelopen. Waar hij dat, omdat hij zijn leven lang zo vreselijk bang was voor psychologen en psychiaters, bang voor de waarheid en de werkelijkheid, nooit meer uit zijn systeem heeft weten te krijgen, met alle nare gevolgen van dien.

Zoals kleine Paulus op zekere, vaste momenten een keiharde welgerichte klap geven waarbij deze tegen de grond geslagen werd, zo hard, dat deze achterover sloeg, het hout van de stoelen en tafel ervan kraakten, en Paul er soms even helemaal dizzy van was, om vervolgens, als toetje, de trap op te worden geschopt naar zijn kamer. Aldaar uit angst een dikke stok onder de deurklink van zijn enige safe heaven zettende, waar zijn vader hem soms dan weer ‘in lieve zachte woorden’ trachtte om te praten om hem binnen te laten. Wat hij, ja want wat kan je als klein jongetje nu tegen je vader, ook deed. Om dan vervolgens, in alle leugens van zijn vader te zijn getuind, het allemaal nog een keer mee te mogen maken, dit keer, voor de afwisseling, keihard onderuit geslagen wordende tegen de muur, nu echter dubbel zo dizzy, want die geeft niet mee. En bedankt maar weer.
Dat resulteerde in diepe diepe overlevingsangsten. Angsten welke nergens heen konden, want wat begrijp je nu van het leven als je zo klein bent, en zich iedere nacht uitten in het volplassen van zijn bed. Tot mijn twaalfde heb ik in mijn bed geplast, altijd zo’n vreselijk strak klemmend plastic broekje aan moetende, wat helemaal niet hielp, en wat ik als heel schaamtevol en vernederend heb ervaren. Vooral ook omdat ik dat ook deed tijdens de vakanties, en de kamermeisjes elke dag mijn bed moesten verschonen. Zij weten dat dan allemaal, en later vernam ik, dat vrijwel iedereen dat wist. Wat blijft er dan nog over aan vertrouwen en veiligheid.
En je moeder kwam toen je nog heel klein was ook elke avond op je kamer om je voorhuid naar achteren te halen, om daar een zalfje op te smeren, omdat al die urine natuurlijk niet zo gezond was op die plek. Driedubbele vernedering, waar je je als kind, wat het allemaal helemaal niet meer kan begrijpen, op dat moment, totaal onbewust van bent.

Naast die vader stond een Nederlandse moeder, die gewoon voor haar eigen ogen haar kinderen liet staan, en werkelijk helemaal niets in haar vermogen had om al deze agressiewaanzin te stoppen, zelf ook (totaal onbewust) in alle onmacht, doodsangsten uitstaande voor haar eigen man.

Een broer van zeven jaar ouder, waar ik altijd mee op één kamertje sliep, met een enorme zichzelf, van al deze agressie en overheersing willen vrijvechtende geest, welke dwars door alles heen tegen mijn vader en zijn machtswellust en onderdrukkingsbehoefte inging.
Wat dan bij momenten weer een enorm spektakel opleverde van elkaar in huis met keukenmessen in moordzucht achterna rennen, veel politie aan de deur of in huis, of een broer die het zelf ook niet meer wetende al zijn in liefde verzamelde langspeelplaten doormidden brak, zijn dure gitaren kapotsloeg, zijn, (ook mijn) hele kamer afbrak, en alle zooi dan in een actie van totale waanzin uit het slaapkamerraam naar beneden in de tuin flikkerde, daar resulterende in een berg emotionele puin van anderhalve meter hoog.

En dan kom je als puber, net in de brugklas zittende thuis van school, op afstand al een enorme herrie horende, loop je de tuin in en zie je dat met lede ogen aan. Tussen al dat puin ook jouw van spaanplaat nagemaakte Fender Stratocaster gitaar helemaal in stukken aantreffende, welke je met al je creatieve talenten en liefde voor jezelf had uitgezaagd en beschilderd, afgewerkt met échte snaren nog wel. En ach, die prachtige vogeleieren-, en je nog mooiere vleugelverzameling, dan maar weer opnieuw beginnen. Geeft je wel een bepaald beeld, denk ik zo.

Daar hield het echter niet mee op.
Het moeten meemaken dat, tijdens een vakantie in het Oostenrijkse, waar je in een eetzaal met vijftig gasten aan tafel zit, en de soep net wordt opgediend, je broer completely crazy, zichzelf net in al zijn blinde woede dwars door de glazen buitendeur heeft geknald, met een grote bijl in zijn hand, zichzelf daarbij ernstig in de pols gesneden hebbende, met een enorm bloedspoor achter zich aan, dwars door die eetzaal, waar iedereen direct helemaal in shock schiet, naar je vader briest, die bijl voor zijn ogen hoog en dreigend opheffende, daarbij van hem eisende dat hij zijn paspoort weer terugkrijgt (want hij was al boven de achttien) om daarmee zijn vrijheid weer terug te kunnen eisen, en je vader die dan gewoon doodleuk ‘Nee’ zegt. Want die vond het niet zo leuk dat zijn zoon achter de lakens die in de wind hingen te drogen had staan zoenen met een van de kamermeisjes. ‘We moeten wel onze onbevlekte status hier overeind houden.’ En dan later met een hele groep bezorgde en panikerende gasten in het donker het bloedspoor van je broer volgende over de maaivelden, maar hopende, dat het niet slagaderlijk was. Erg goed voor je levensbeeld en eigenwaarde allemaal. En ook zo jammer dat je als familie daarna natuurlijk nooit meer welkom was, waar je het helemaal te gek vond op die plek, in de hooiberg, met in de velden en bossen de Draaihals en de Hop die je voor het eerst van dichtbij had gespot, en al die andere prachtige pure natuur daar om je heen.

Ja, ja, er was wat voor nodig om Paul diep bewust te maken van wat er binnen de menselijke psychologie, en daarmee binnen de uiterst kwetsbare menselijke emotionele geest allemaal fout kan gaan.
Ik zal je maar niet vertellen wat mijn broer zichzelf in zijn latere leven allemaal fysiek heeft aangedaan, in de hoop de agressie, het geweld en het testosteron van zijn eigen vader letterlijk uit zijn eigen lichaam te kunnen snijden. We maken wat mee in ons leven. Ik zou er een boek over kunnen schrijven.

Het heeft mij een leven lang gekost, letterlijk vijftig jaar, om al deze diep traumatiserende imprints uit mijn geest, mijn leden en mijn leven te krijgen. Het is me uiteindelijk gelukt, en ik ben daar zeer trots op, ook al heeft het me heel veel persoonlijk leed, heel veel leed aan anderen aangedaan, en vele relaties als offer gekost.
Uiteindelijk heeft mijn innerlijke kracht, mijn doorzettingsvermogen, een stukje intelligentie, het geloof in mijzelf, het vertrouwen in het leven en mijn geduld mij daar als mens doorheen getrokken. Daarbij aantekende dat geduld opbrengen, voor een vurig gepassioneerd en gedreven rammenmens als ik ben, een van de moeilijkste dingen is om te kunnen meesteren.

Het levensverhaal van een geboren psycholoog, ziener en genezer, voortkomende uit een vader, die daar vooral zelf helemaal niets mee van doen wilde hebben, en er allemaal als de dood bang voor was. Hoe kan god het allemaal bedenken zou je je kunnen afvragen. Waar ik je nu kan meegeven, al die vreselijke traumatiserende ervaringen-, een halve eeuw en een leven wijzer:

Dit is hoe het werkt

Het leven is een non-stop feedback system, waar we leren van onze pijnen, om daarmee te kunnen uitgroeien, tot al dat moois, wat er ons hele leven lang, al die tijd, al diep in ons verborgen lag.