De verzamelaar

Als je mijn astro-analyses induikt zal je daar op een gegeven moment in tegenkomen dat er een verzamelaar in mij woont. Ik vind dat zo grappig, want dat klopt ook echt. Net als al die andere, dik 150 pagina’s tellende informatie welke ik hier over diverse analytische rapporten en toekomst-prognotiserende rapporten verspreid heb liggen, aangaande van alles en nog wat, wat allemaal binnen mijn psyche leeft, en de grote oneindige creator van alles met mij in petto heeft.

We zijn ontworpen door een designer, middels een perfect werkend, ongelooflijk groot en absoluut ondoorgrondelijk magical system. En die designer maakt allemaal poppetjes. Allemaal anders, maar toch ook weer niet. De bedoeling hiervan is dat middels deze variaties het hele systeem van ons mieren-mensenwereldje gezond blijft draaien. Het is de verklaring waarom er mensen zijn die Formule 1 kampioen willen worden, pizzabakker, of een andere weer cardioloog. Het is tevens de verklaring waarom er ook altijd mensen zijn, en nooit tekorten bestaan, op al die posities. Zo heb ik me laatst een leesbril laten aanmeten, en ben dan zo blij dat er een meneer of mevrouw is, die brilletjes maken en verkopen leuk vindt. Nou dat, dat bedoel ik nou. Heeft god allemaal bedacht, alles is daarbij uitgedacht, ontworpen, gefabriceerd en op z’n plaats gezet.
Zo ben ik in dat hele verhaal (onder andere) verzamelaar, iets waar er ook weer meer van zijn, samen dan weer een soort subfamilie onder de hoofdfamilie van de mensheid vormende. Ik vind dat zo leuk allemaal. Zal er zeker veel over gaan vertellen, want heb dat diep bestudeerd in mijn leven.

Als kind verzamelde ik alles van Coca-Cola. Blikjes, flesjes, glazen, posters, shirts, flesopeners, kratjes and so on. Hield er later ook spreekbeurten over. (Los van het feit dat ik al heel jong meerdere vullingen had, zelfs al vroeg in mijn melkgebit, kan je nagaan, maar dat mocht de pret niet drukken) Overal waar ik was zocht ik dingetjes met dat logo erop, waar ik verrukt was als een een familielid iets met dat logo en dat heerlijk levendig knallende rood van een verre reis uit het buitenland meenam. Een Marokkaans blikje met totaal onbegrijpelijke letters was daarbij echt het summum. Had een heel plankenrek vol knalrood op mijn kleine kinderkamertje. Maakte er ook lampen van, echt van-alles. Waar het plafond weer vol hing middels een heel groot visnet wat ik had gespannen, waar dan weer alle resultaten van mijn intense vliegtuigjes-knutselbehoefte zich tot leven had geblazen, naast de opblaas-747 KLM jumbo. (Die steeds leegliep, en dan niet meer zo ‘super’ was, eerder depri, met verlepte vleugeltjes, hihi)
Ik zat elke dag wel te lijmen aan allerlei vliegtuig-modellen-bouwdoosjes. Dat dan weer prachtig met minikwastjes en echte kleurlak afwerkende.

Ik verzamelde ook vogeleieren. Had ik van de opa van mijn moeders kant geleerd. Die leerde mij eieren uit te blazen, middels met een naald aan twee kanten voorzichtig hele kleine gaatjes borende, even zachtjes schudden en dan al die slijm en struif eruit blazende. (Alleen z.g.n. ‘onbevruchte eitjes’ hè)
Dat kon ik op een gegeven moment zelfs met een pimpelmees-eitje van nog geen centimeter groot, echt amazing. Al die eieren gingen dan weer in een zelfgemaakte bak vol watten, en uiteraard ook daarbij weer, de Nederlandse- en de Latijnse naam erbij op een piepklein briefje getypt met de oude typemachine van mijn vader. Ik bouwde zo mijn eigen natuurmuseumpje.

Ik deed dat ook met vogelvleugels. Ik fietste in die tijd als een gek overal naartoe, bij voorkeur op plekken onder elektriciteitsmasten of langs de snelweg. Daar kon je beesten rapen aan de lopende band. Vond het vreselijk zielig al die dode beestjes, maar iets in mij wilde ze een ‘afterlife’ geven. Of tenminste een deel van hen transformeren in een afterlife. Op een gegeven moment had ik mijn hele zachtboard vol met wel meer dan honderd soorten. Het natuurmuseumpje groeide gestaag. Ik vond zelfs een keer een dode zwaan, en maakte van die twee vleugels een engelenoutfit.
Op de dag echter dat ik met deze verzameling wilde beginnen had ik een probleem. Want ik wist de vleugels wel mooi uit te spreiden en met kleine spijkertjes op een houten plankje te timmeren om in die vorm te kunnen drogen, maar had niet de anti-maden vloeistof die je daar voor nodig had: Formaline.
Dus Paul informeren waar je dat krijgen kon. Ja, daar moest je voor naar de dierenarts. Maar daar had je dan ook nog een injectienaald voor nodig, want je moest het diep in de spieren spuiten.
Kleine Paul raapte al zijn moed bij elkaar, stapte op de fiets, linea recta naar de voordeur van de dierenartspraktijk. Alwaar de dienstdoende dierenarts de deur opende en mij vroeg wat ik kwam doen of er aan de hand was.
‘Nou het zit zo zei ik, ik ben vogelvleugelpreparateur, wil een museum op mijn kamer bouwen, en heb daarvoor een injectienaald en formaline nodig’. ‘Oh’ zei de dierenarts. ‘Vertel er eens iets meer over?’
Vijf minuten later reed ik naar huis met een paar injectienaalden en een halve liter formaline, genoeg voor wel een jaar. En ik hoefde niets te betalen. Dat waren nog eens tijden man.

In mijn pubertijd werd het weer heel wat anders. (Want het hele leven transformeert non-stop) Toen had ik een krantenwijk, en dat bracht weer een hele andere wereld in beeld. Die van de parfums…

Ik had al snel ontdekt dat meisjes een lekker luchtje ‘wel interessant’ vonden. Daar kon je mee scoren. Dat werd dan ook weer een specialisme met een bijbehorend museum, waar Dirk Scheringa jaloers op geweest zou zijn ;-)
Op een gegeven moment had ik wel meer dan vijftig luchtjes, natuurlijk weer prachtig symmetrisch uitgestald, wat ik middels zo’n beetje drie krantenwijken tegelijk financierde. Van Paco Rabanne, door naar van Gils, over Kouros, naar Cacharel, over nog tig andere merken en types, en weer terug. En alle luchtjes roken lekker op mijn huid. Dat was echt feest.

Weer wat later, of misschien was het wel vroeger, kan het ook allemaal niet meer uit elkaar houden, wat maakt het uit, zolang het maar feest is, ging ik bordjes verzamelen. Verkeersborden, deurborden, borden van langs het spoor, of langs de snelweg, hectometerbordjes, industrieborden, kentekenplaten van auto’s, liefst uit het buitenland of the states, en weet ik wat al niet meer, in alle geuren en kleuren, en dat hing ik dan weer allemaal op mijn kamer. Naast het van het rangeerterrein mee-gegapte supergrote trein-stoplicht, waar ik dan weer een discolamp in had gemonteerd, welke mee-knipperde op het ritme van mijn mega stereo-toren met zelfgebouwde kast daar omheen, afgewerkt met een hip soort jute-behang, waar m’n vader de hal beneden net nieuw mee had laten behangen.
Ik was sowieso een soort kleine lijpo, want had op mijn fiets drie dynamo’s op het voorwiel, en drie op mijn achterwiel. Daar kon je natuurlijk echt niet meer mee vooruit, maar kreeg er joekels sterke benen van en ik had wel lol, want had een soort kermisverlichting op mijn fiets van jewelste, daarbij als extra effect natuurlijk nog de flappertjes van kapotgeknipte bekertjes tussen de spaken ratelende. Ik had zes koplampen op mijn stuur en nog veel meer achterlichten. Daar kwamen dan nog eens groene, rode en witte reflectors bij, welke ik dan weer langs de weg had gevonden, of gewoon ergens vanaf gegapt, want als het niet spannend is en eigenlijk niet mag, was er niets aan. Ja, je bent rebel en ondeugd in de dop of niet, zeg jij het maar ;-)

Ik kan er wel een boek over schrijven, want het ging maar door. Zo heb ik nu een huis vol staan met, weet ik veel, wel meer dan dertig, veertig instrumenten. Welke ik nog niet eens allemaal kan bespelen. Maar ook dat mag de pret niet drukken, komt wel een keer, of niet, ook goed.
Ik heb het allemaal niet zelf bedacht, want god maakte een poppetje, het enigszins van het gemiddelde afwijkende poppetje Paul, precies bij mijn geboortedag horende, en die unieke ‘arrival-time’ inclusief uniek bijbehorende plek waar ik op de Aarde aankwam. Ja zo gaat dat.
We leven in een magisch wiel van creatie, waar de mensjes zelf ook bij die magische creatie horen en dat o’ zo bijzondere systeem, ‘the wheel of life’, propelling ‘the tree of life’, wat dit onder alles zo tot in de absolute perfectie aanstuurt.

Mijn nieuwste verzamelwoede is echter wel de leukste van allemaal. Ik ben namelijk begonnen met iets heel bijzonders te gaan verzamelen. En wel: Hele mooie lieve mensen.
Die heb ik nu al een beetje om mij heen verzameld middels een aantal supermooie zieltjes in de vorm van mijn beste vrienden, maar iets in mij wil die groep veel groter laten groeien, want ja, dat is nu eenmaal wat een verzamelaartje doet hè? Vandaar dat diezelfde grote designer die het allemaal heeft bedacht mij jou dit nu te laten schrijven, mij nu met veel voorpret en plezier, in het spoor van die nieuwe verzameling aan het stuwen is.
En iets zegt mij daarbij, fluistert mij heel stilletjes in mijn oortjes, dat jij misschien wel tot mijn nieuwe verzameling gaat horen. Of wilt gaan behoren, dat kan ook. En daar zou dit verzamelaartje werkelijk heel erg blij van worden.
Opdat we uiteindelijk van de hele Aarde een prachtige glas-loze vitrine van ziels-goede en ziels-lieve mensen kunnen gaan maken. Elkaar heerlijk in de watten leggen, in ons eigen kastje van liefde! Hoe vind je dat?
Een naam hebben we allemaal al, dus je weet al wat op je papiertje getypt mag gaan worden.
Nu mag jij zelf nog gaan bedenken wat daar nog aan schitterende originele ondertitel bij mag komen, middels dat hele, hele speciale, waarmee jij je van alle anderen weet te onderscheiden. Want er is niemand zoals jij, en mijn verzameling wordt, net als met al mijn vorige verzamelingen, alleen maar mooier, als er hele, hele zeldzame unieke exemplaren bijkomen.

En weet je wat het mooiste is van die nieuw te starten verzameling? Dat het een verzameling van verzamelaars gaat worden! Want willen we niet allemaal hele lieve mooie mensen om ons heen, waar we iedere nieuwe aanwinst samen gaan koesteren als een gek? Nou, ikke wel hoor, en ik hoop jij ook ;-)
Dus wie weet treffen we elkaar wel in de toekomst, op een van die bijzondere verzamelaarsbeurzen die ik van plan ben te gaan organiseren. Zou het heel erg leuk vinden jou daar te mogen gaan ontmoeten. Neem jij je naampapiertje mee, zorg ik voor een zachtboard prikbord, en mag jij zelf dat papiertje, inclusief je schitterende ondertitel met een kopspeld van liefde in dat zachtboard gaan prikken!

Krijg je er al zin in?